donderdag 5 januari 2012

Hoog water in Delfzijl


Voor een natte, winderige, koude avond is het opmerkelijk druk op de waterkering. Er staat zelfs een file op de dijk bij de entree van het Eemshotel waar ik anderhalf uur geleden besloten heb mijn ouders gezelschap te houden tijdens een spontaan stormdiner. Het hotel dat net zo oud is als Margje, http://eemshotel.nl/over-ons , stond te schudden op haar palen. De hanglamp schommelde rustig boven onze tafel, maar toen tijdens de kentering om en uur of acht de wind een half uur lang flink toenam, en de golven daarmee ook, klaagde de buurvrouw uit Limburg aan het tafeltje naast ons over een licht gevoel van zeeziekte.
 Lekker gegeten, daarna een rondje over de haven. Het water stond inmiddels zo hoog dat de grote coasters al door de dijk konden varen. De grote deuren van de Oosterveldweg en het spoor naar het industrieterrein zijn al dicht, de verkeerslichten zijn buiten werking en er staat een verloren vrachtwagenchauffeur met zijn mobiel in de hand uit te zoeken hoe hij nu bij de chemische fabriek moet komen waar hij eigenlijk via deze weg heen wilde. Met de auto kun je alleen nog de kustweg op en het centrum van Delfzijl in. En dat mag vast niet met zijn lading.....
 Als ik verder rij richting de Vennen en de waterpoort vind ik ook die gesloten. De bootwerker zit er naast, een stoere man, wat breed in de schouders. Het is net of hij iedereen in de gaten houdt die het waagt om bij de poort in de buurt te komen. En dat zijn er nog al wat. Ik zet de auto op een parkeerplaats en klim omhoog, spijtig dat ik mijn das thuis heb laten liggen, en kijk over de haven. Het water is al wel wat gezakt maar loopbrug naar de drijvende steiger loopt nog steeds naar boven toe. Ondanks dat volgens mijn gevoel half Delfzijl er over heen loopt.
Je zou denken dat op zo'n koude, natte, winderige avond alle Delfzielster jeugd met een game op schoot thuis zit, maar nee, iedereen is op pad, het is gezellig en ze drommen samen op plekken waar je normaal alleen met je vriendin langs zou lopen voor wat intiemer bezigheden.

dinsdag 23 augustus 2011

IJs

Workum werkt hard aan haar toeristische status. In de zomer hebben we markten (morgen weer), we mogen in de lente een heuse muziektent verwelkomen, en we hebben ook een treintje dat de hele dag door Workum heen rijdt. Hij brengt niet alleen mensen van het Arriva station naar onze stad, want de avondvierdaagse is niets vergeleken met deze tippel met al je koffers, maar maakt ook nog een heuse rondrit en rijdt zelfs via de camping geloof ik.
Nu is er niet veel asfalt in Workum, staat ook niet in 1 van de Friese 11 steden natuurlijk, ook proberen we een maximum snelheid te handhaven en dus hebben we om de zoveel meter een verkeersdrempel ingemetseld.Voor in die trein hangt een scheepsbel, kroegbel of ijscobel, noem hem maar naar wat je voor associatie hebt met het geluid. Maar met al die drempels en klinkers kun je nagaan dat de scheepsbel de hele dag, door Workum heen klinkt .
Vroeger op de Nieuwe Zorg hing hij aan de bar, bij ons op school in de hal, en wie aan de bel hangt mag 'm poetsen, maar mijn associatie met het geluid is alsvolgt:
Zie ginds daar komt de ijscoman
De ijsman van de buurt
Die ied're dag geregeld komt
Zolang de zomer duurt
En hij heeft lekk're wafels
Van drie, van zes, van tien
En van de hele dikke
Met slagroom bovendien
Heel langzaam komt 'ie nader
En trekt eens aan de bel
En roept dan IJs met slagroom
Die roep die ken je wel.
Hmm, wat zullen we straks na de pittige kip met rijst eens als toetje nemen......

maandag 8 augustus 2011

WK Vaurien Dümmersee

Met jou zou ik wel een beschuitje willen eten eten, ik zie het de Nederlandse zeilers en zeilsters denken als de Spaanse en Portugeese ploeg de Pizzeria in komt. De integratie van de zeilers loopt voorspoedig.
De week voor ons vertrek naar Duitsland was ik hoofdzakelijk druk met het kopen van een fatsoenlijke tent, een koelkistje en het regelen van de kokerij. Op weg naar Duitsland haalden we de Vaurien op en de stuurman, ik moet toegeven dat we enigszins over ons merk lagen. Bij aankomst voelde ik me net het WTC en Joop Braakhekke tegelijk. Misschien wat overdone... Maar toen het 's avonds  wat koeler werd en ik de tent had volzitten, had het WTC een duidelijke functie gekregen. Ook voor het bakken van eieren in de vroege morgen trouwens.
Het was vreemd water. Met aanlandige wind spoelde de rottende blauwalg naar ons toe en de haven moest continu gefilterd worden. De stank was overweldigend en misschien was dat de reden voor de meetcommissie om veel, nieuwe, boten af te keuren. Wij kregen er in ieder geval een flinke hoofdpijn van. Van dat afkeuren trouwens ook. Milimeters moesten er van de spiegel van de nieuwe Vauriens gevijld worden, centimeters van de mast, aangrijpingspunten van vallen verplaatst met popnagels en handboortjes. Maar uiteindelijk mocht iedereen mee doen en bleken er toch allemaal Vauriens op de wal te staan.
Onze "bondscoach" Johan had zijn vertrouwde Sailhorse meegenomen, niet alleen omdat hij zo van zeilen houdt, maar ook omdat je op de Dümmersee niet met verbrandingsmotoren mag varen. Hij voorzag de zeilers van een luisterend oor, een plasemmer, bergruimte voor eten en drinken en desgevraagd advies. Vlagen vinden was bijna onmogelijk, omdat er een dikke olieachtige laag op het water lag die tot windkracht 4 een beeld gaf dat de wind recht van boven zou komen. Ondanks dat, ging het de Nederlandse zeilers voor de wind. NL werd 4e overall met team Kuipers, er was zelfs een derde prijs in het jeugdklassement voor de 36339 met Jelle en Hymke en de rest van het team zat allemaal mooi in de buurt. Kortom een geslaagde week!

Labels:

woensdag 4 mei 2011

Paaltjes pikken

Toen er besloten was dat je in de Lauwersmeerpolder goed kon recreëren, werd er ook meteen begonnen met het aanleggen van steigers naar de vaste wal. De benen strekken, een BBQ-tje of een hondenwandeling hoort inmiddels bij een lekker weekendje weg.
Maar de Lauwersmeerpolder heeft het niet zo met steigers, eerst waren het de palen van de steigers die door een strenge winter uit de grond gedreven werden, daarna leek het of de harde zandgrond helemaal niets met steigerpalen wilde. De lange loopbruggen naar het vaste land begonnen steeds meer op wokkels te lijken  en werden uiteindelijk afgebroken.
Niet in het geheel tot ongenoegen van de natuurbeschermers die het toch al vervelend vonden om naast lepelaars en runderen ook de homo sapiens met korte broek te moeten verwelkomen.
Jaren lang was het voor de recreant onmogelijk om bij de wal te komen en de medemens te overtuigen van het feit dat het gebied zeer de moeite waard was.
Nu lijkt het tij te keren, aan de Friese kant ontwikkelt Oostmahorn zich als een waar waterparadijs en is de Marrekrite bezig, verantwoord maar zeker, haventjes en aanlegplaatsen aan te leggen. Aan de Groningse kant loopt het zo'n vaart niet, ik zit op een steiger die onderhoudstechnisch veel weg heeft van de watersteiger op het starteiland, er staat een bordje over havengeld na vier uur, maar eigenlijk hoop ik dat het voor de havenmeester te koud is om op bezoek te komen.
Zouden er, als de voorzieningen beter worden, meer mensen deze kant op komen?
Of wil ik het gebied eigenlijk voor mij zelf houden, en geniet ik van het ruisende riet en het kabbelende water tegen de veel te hoge meerpalen.

dinsdag 3 mei 2011

Zout

De stroming kwam in de sluis vanmorgen van de achterkant. En niet zo'n klein beetje ook. Om half tien mochten we het zoute water op, de sluis was tot die tijd gestremd, nog steeds onbekend waarom, de bus, het afvaren van de veerboot, onderhoud?
De vraag was of mijn motorbootje het ook tegen de stroom in zou redden, en of het niet te veel zou schommelen, en of... Kortom de eerste keer met Margje op het zoute water van de Waddenzee.
Stom eigenlijk dat ik me er zo druk over maakte, kruisend met De zeilboot van het vriendje kom je zelfs tegen de stroom in, roeiend met de sloep met maar 8MK (soms minder als ze wat katerig zijn), als je ziet wat er zoms de overtocht waagt, dan kan Margje het zeker aan. Maar voor de eerste keer alleen ging me toch wat te ver, dus toen ik er achter kwam dat er nog iemand van de Flitsclub die kant op ging sloot ik mij graag aan.
Rondom de haven hier valt alles droog. Ik besluit om wat boodschappen te gaan doen in het dorp en als ik op de dijk klim zie ik dat de wadbodem zo'n anderhalve meter hoger ligt dan het waterniveau in de haven. Ook blijkt de Noorden wind een stuk kouder dan ik achter de kuiptent in de zon voelde en ik ben blij dat ik mijn jas en muts bij me heb.
Naar het dorp is nog een hele tippel, al ben ik blij dat ze bij de nieuwe veebootdam niet ook de nieuwe jachthaven hebben gebouwd, dat had dan meer op de avondvierdaagse geleken. Ik kom over het paadje waar ik met mijn ouders wandelde, waar ik zuring leerde kauwen,
waar ik voor het eerst met mijn oudste in een fietszitje fietste en Paul de Leeuw tegen kwam, waar we na een zomerdag op het strand met de buren over terugliepen, allemaal gehuld in een T-shurk. Om dat we anders toch nog zouden verbranden.
Nog even en dan is het laag water, de wind is wat toegenomen, maar als het tij kentert zal dat (als ik mij niet vergis) wel weer veranderen.

woensdag 27 april 2011

Gezellig

Na het gekkenhuis van de avondspits op de snelweg vanaf Muiden tot Lelystad konden we met genoegen de rotonde van Workum nemen. Voor de deur alle spullen van het zeilweekend uitgeladen en het huis ingedragen. Achterdeur open, het is dat er tegels liggen daar, maar het gras in de tuin was zo gegroeid dat ik meteen de maaier gestart heb. Wat ziet het er heerlijk groen uit buiten zeg!
Gister werd mijn moeder 70. Voor haar 55 ste verjaardag gaven we haar een 2e kleinzoon. Deze werd dan ook 15 dit jaar. Ter gelegenheid van het heuglijk feit zijn we naar Muiden afgereisd. Niets te merken van de drukte. Zelfs de sluis was rustig. Pampus is een grote bouwput op het moment, toch kun je goed zien hoe het gaat worden. En het vermoeden van hoe het geweest moet zijn is sterk aanwezig. Het dak is bekleed, hier en daar zijn ruimten afgesloten met een glazen deur, we vermoeden dat er later een voorstelling achter zichtbaar wordt. Na dat we veilig uit het doolhof via de latrines naar het terras zijn gelopen drinken we een koffie in de zon. De sloep komt ons ophalen. Heerlijk!
De sloep zet ons af bij het Muiderslot al 150 jaar een museum. We reserveren digitaal de rondleiding door het 17e eeuwse gedeelte. De kids verspreiden zich via de toren- en de ridderroute en zien we niet eerder terug dan een uur of drie. Wij oudjes lopen rond door het kasteel en kijken achter de verschillende deuren en in de diverse kamers. Ik verkleed me bijna als kasteelvrouw, maar hou me nog net in. Het pak van hofnar past me beter.

zondag 24 april 2011

Heb jij een muntje?

"Heb jij een muntje voor de windmachine?"Vraagt de wedstrijdleider aan een Splashzeilster. Ze komt even informeren of er vandaag nog gezeild gaat worden. Gister woei het niet hard maar konden we twee wedstrijden zeilen, vandaag zouden we er ook twee doen, maar dat ziet er nu niet naar uit.
Het volledige wedstrijdcommité zit achter op het schip aan een broodje kaas en een sinasappel. Achter het starschip is een groepje wedstrijdzeilers aan het zwemmen met een surfplank. Een verdwaalde fanaticus drijft op de Meer met zijn Flits terwijl papa probeert te duiden waar de 'wind' vandaan komt. Schakelzeilers kijken met een half oog naar de koelkast en een Vaurien ligt op de kant met het tuig om hoog maar met een spi die niet wil opbollen.
De warmste Pasen sinds 100 jaar, maar waar liggen nou de muntjes voor de windmachine?